De geschiedenis van de Tsjessingastate
De geschiedenis van de Tsjessingastate reikt tot ver voor 1500. Wanneer en door wie het gebouwd werd is niet bekend. Op het terrein zijn oude bakstenen (kloostermoppen) van de stins teruggevonden.Na determinatie van de stenen en de vondsten die gedaan zijn op en rond het terrein mag men aannemen dat er omstreeks 1210 met de bouw van een stenen gebouw is begonnen. Dit gebouw heeft naar alle waarschijnlijkheid in de 15e eeuw plaatsgemaakt voor de latere Tsjessinga state.
In het register van aanbreng 1511-1514 lezen we dat Hobbe Doekesz eigenaar is en Meynert Tyessinga de gebruiker. De totale grootte bedroeg ± 90 pondematen. Vandaar de naam Tsjessinga state en de straat die we nog kennen als de Tsjessingawei.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Vanaf 16e eeuw werd de state bewoond door de adelijke familie Van Aylva. Hobbe van Aylva (grietman van Baarderadeel) werd hier geboren in 1582. Hij is twee keer getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw was Frouck van Aylva en zijn tweede vrouw Jetske van Mockema.
Op een tekening van J. Stellingwerf uit 1723 wordt de state aangeduid met de naam Mockema State. Hobbe van Aylva stierf op 14 juni 1645 te Hilaard. In de middeleeuwse kerk van Hilaard is nog een gedenksteen ter nagedachtenis aan Hobbe van Aylva en zijn vrouw Frouck.
![]() |
![]() |
![]() |
In 1749 is de state waarvan de poort bleef staan afgebroken en vervolgens werd er op het terrein een boerderij gebouwd waar later de familie De Jong later woonde. Vervolgens werd in 1799 de poort verkocht en afgebroken. Het was een grote poort met twee verdiepingen waar zelfs twee gezinnen in konden wonen.
In de zomer van 2000 zijn de fundamenten van het poortgebouw blootgelegd en opgemeten. De vondsten die hierbij werden gedaan dateren voor het grootste deel uit de laatste bewoningsperiode op het terrein. Er is een oude boenstab aangetroffen vlak naast de fundamenten van het oude poortgebouw. Deze werd gebruikt in de periode ±1750 - 1900, precies in de periode van de boerderij.
Waarschijnlijk gaat het hier om huishoudelijk afval van de familie De Jong.Dat werd bevestigd door de vondst van een paar stenen pijpen met deze familienaam erop geschreven.
Eind 19e eeuw werd de boerderij afgebroken en de terp afgegraven.
Op de locatie, ten noorden van de middeleeuwse kerk is vandaag de dag alleen nog maar grasland. De singel, en een groot deel van de slotgrachten zijn de enige zichtbare overblijfselen van het complex.
met dank aan Wytze en Jan Paul








